dinsdag 7 januari 2020

Otter duikt op in Durme- en Moervaartvallei in Oost-Vlaanderen

Otter

In december 2019 kon een cameraval, tot drie keer toe, beelden maken van een otter in de Moervaartvallei in Oost-Vlaanderen. Dat is toch wel bijzonder aangezien de otter maar op heel weinig plaatsen in Vlaanderen nog voorkomt. Sinds eind jaren 1980 werd het dier wegens een gebrek aan waarnemingen beschouwd als mogelijk uitgestorven in Vlaanderen. Tot het in 2012 voor het eerst opnieuw waargenomen werd. Sindsdien plant de soort zich wellicht voort in de oostelijke vallei van de Schelde. Hopelijk binnenkort ook in de Durme- en Moervaartvallei.
Op 6, 7 en 30 december 2019 zijn ‘s nachts met een cameraval beelden gemaakt van een otter op privéterrein in de Moervaartvallei (Oost-Vlaanderen). Daar werden ook spraints (uitwerpselen van de otter met restanten van doorgaans verorberde vis) en mogelijk ottergeil (een soort geleiachtig anale afscheiding) gevonden waarmee hij zijn territorium markeert. Verder zijn er mogelijke vraatresten gevonden.
Ook op een andere locatie, verderop in het verlengde van de Moervaart in een gebied langs de Durme, zijn nu zeer waarschijnlijk otterspraints gevonden. Vrijwilligers van Natuurpunt en de regionale natuurvereniging vzw Durme gaan in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) de komende weken in de Durme- en Moervaartvallei nog meer gericht zoeken naar nieuwe sporen. De hoop leeft dat deze bijna mythische soort zich effectief gaat voortplanten in de streek. Het feit dat er ook eind december nog waarnemingen zijn verricht, is alleszins een indicatie voor (tijdelijke) vestiging. Het INBO zal de verzamelde spraints en vermoedelijk ottergeil genetisch analyseren om de herkomst proberen te bepalen.
Nieuwe hoop na het dieptepunt in de jaren 1980Eind jaren 1980 was nergens in Vlaanderen en Nederland nog een plaats bekend waar otters gevestigd waren met voortplanting. Vóór de Tweede Wereldoorlog was actieve vervolging door de mens de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang. Daarna zijn habitatvernietiging en watervervuiling waarschijnlijk de beslissende factoren geweest die geleid hebben tot het verdwijnen van de populatie.
Omdat er weinig zicht was op een mogelijke terugkeer, werd in 2002 in Nederland gestart met een herintroductieprogramma van otters uit Oost-Europa, mét succes. De laatste 10 jaar is de populatie in Nederland sterk toegenomen. Eind 2018 waren er ongeveer 360 otters aanwezig in Nederland. Helaas is de grootste doodsoorzaak tegenwoordig het verkeer, bv. ter hoogte van kruisingen van waterlopen met wegen. Maar otters verplaatsen zich soms ook over grote afstanden over het land waarbij ze dan verschillende wegen moeten oversteken. In Nederland is het aantal verkeersslachtoffers dan ook ongeveer evenredig toegenomen met de groei van de populatie. In 2018 alleen waren daar meer dan 100 geverifieerde meldingen van dode otters, met als frequentste doodsoorzaak (90%) het verkeer! 
Met uitzondering van sporadische waarnemingen of enkele tijdelijke vestigingen van één dier sinds 2012 (bv. Willebroek in Antwerpen, Bocholt in Limburg) bleef het in Vlaanderen erg stil tot in december 2014. Toen werden meerdere otters met cameravallen gefilmd in het oostelijke gedeelte van de Scheldevallei (Oost-Vlaanderen). Er waren hierbij duidelijke indicaties van voortplanting. De soort is daar ook nu nog aanwezig, maar het is onwaarschijnlijk dat enkel deze dieren een leefbare populatie kunnen vormen. In de rest van Vlaanderen gaat het ook in de laatste jaren grotendeels om eenmalige of tijdelijke waarnemingen van één dier.
Waar en hoe leeft de otter?Otters leven solitair (met uitzondering van een vrouwtje met haar jongen) en hebben een groot territorium. Voor één mannetje gaat het gemakkelijk over 20 tot 40 km oeverlengte, of over enkele km² moerasgebied. Het grotere territorium van een mannetje overlapt met het kleinere territorium van één of enkele vrouwtjes. Als zoogdier is de otter met zijn slanke lichaamsbouw aangepast aan het veelvuldig zwemmen. Het leefgebied van de otter bestaat uit de grenszone tussen water en land. Hij leeft in grote rivieren en hun zijlopen (incl. middelgrote beken) of in kanalen, vijvers, meren en moerassen. De kwaliteit van het water moet goed zijn, zodat er een ruim visbestand aanwezig is. Dat is zijn voornaamste voedsel, maar op zijn menu staan ook schaaldieren (bv. rivierkreeften en krabben), knaagdieren (bv. bruine ratten), watervogels en amfibieën. Op het land zoekt de otter vooral de dekking en de rust op van bv. rietkragen, zeggenruigtes, struwelen, moerasbos. Deze landcomponent is minstens even belangrijk als de watercomponent. Otters zijn immers schuwe, meestal nachtactieve dieren, die overdag in een schuilplaats rusten.
Plannen en maatregelen De Durme- en Moervaartvallei is gekenmerkt door deels aaneengesloten natuurgebieden bestaande uit bossen, graslanden, waterplassen en moerassen. Zowel Natuurpunt als vzw Durme bouwen er samen met Vlaamse en lokale overheden aan een netwerk van natuur, maar ook particulieren hebben er hier en daar nog grote oppervlaktes waardevolle natuur in bezit. Bepaalde landbouwzones in het gebied hebben ook nog heel wat waardevolle kleine landschapselementen. Bovendien werkt de provincie Oost-Vlaanderen samen met gemeenten, natuur- en landbouworganisaties en de haven van Gent momenteel ook aan een strategisch project voor de Moervaartvallei waarbij een versterking van de natuur(verbindingen) een belangrijk onderdeel vormt. 
Bepaalde gedeeltes van de dijken langs de Durme en Moervaart (incl. de zijlopen Zuidlede en Stekense Vaart) zijn ontoegankelijk of met een onverlicht en onverhard pad hooguit toegankelijk voor wandelaars en trage fietsers. Voor de otter en veel andere gevoelige soorten is deze rust erg belangrijk. Zachte recreatie langs of op het water hoeft op zich geen groot probleem te vormen voor zover dit gelimiteerd is en beperkt wordt tot overdag, en waarbij in het leefgebied voldoende rust- en schuilzones aanwezig zijn.
In opdracht van het Agentschap voor Natuur & Bos (ANB) zal het INBO in 2020 een soortenbeschermingsprogramma voor de otter opmaken op Vlaams niveau. Maatregelen rond de problematiek van bijvoorbeeld waterkwaliteit, versnippering en verstoring, zullen daarin zeker een belangrijk onderdeel zijn. Hiervoor is een goede samenwerking tussen heel wat partners essentieel, inclusief ook een meer lokale aanpak. In het kader van zo’n lokale aanpak, staat in de Scheldevallei en omgeving voor de otter momenteel al een samenwerking in de startblokken van WWF, ANB, Regionaal Landschap Rivierenland en Regionaal Landschap Schelde-Durme, om de aanbevelingen van een eerdere studie van INBO, Universiteit Antwerpen en WWF in de praktijk om te zetten.
Tekst: Joris Everaert 

Afbeeldingsresultaat voor Lutra lutra
 

maandag 6 januari 2020

Gerande oeverspin is Europese spin van het jaar 2020


Gilbert Loos

De gerande oeverspin is verkozen tot Europese spin van het jaar 2020. Dat hebben 83 spinnendeskundigen uit 26 Europese landen beslist, zo meldt de Belgische Arachnologische Vereniging ARABEL. Ze is één van onze grootste inheemse spinnen, heeft geen web nodig om haar prooi te vangen, kan ‘Jezusgewijs’ over water lopen, zorgt erg goed voor haar jongen en vangt al duikend zelfs gewervelde dieren als prooi.
Bedreigde soortDe gerande oeverspin, Dolomedes fimbriatus, behoort tot de familie van de kraamwebspinnen, die wereldwijd 356 soorten telt. In België leven 3 soorten van deze familie, waaronder twee oeverspinnen: de gerande oeverspin en de grote oeverspin.
De gerande oeverspin leeft bij voorkeur op natte heide en in moerasgebied. Daar komt ze soms nog algemeen voor, maar door de vernietiging van haar voorkeurleefgebied is ze eerder zeldzaam geworden. In België is ze één van de vier wettelijk beschermde spinnensoorten, naast de waterspin, de tijgerspin en de gewone mijnspin. In de Vlaamse Rode Lijst staat de spin genoteerd als "kritiek wegens verdwijnen biotopen, op de rand van uitsterven".
De gerande oeverspin wordt ook opgevolgd binnen het Vlaamse meetnettenverhaal (zie onderaan). Er zijn al eerste aanwijzigingen dat de soort bij ons te lijden heeft onder een toenemende verdroging van habitats onder invloed van de klimaatverandering.  
Jagende joekelMet een lichaamslengte van 15-22 mm bij de vrouwtjes en 10-16 mm bij de mannetjes, is de gerande oeverspin één van onze grootste spinnensoorten. Ze heeft een stevig postuur. De basiskleur is geel-bruin tot zwartbruin en aan beide zijden van het lichaam loopt meestal een beige tot gele lengtestreep.
De gerande oeverspin staat bekend als een actieve jager, die dus geen web gebruikt om prooi te vangen, maar jonge exemplaren maken vreemd genoeg wel nog een kleine webachtige constructie, vaak op bladeren van kruidachtige planten die niet noodzakelijk altijd vlakbij het water groeien.
Als de spinnen groter worden, verhuizen ze naar de waterkant van stilstaande of traag stromende waterpartijen in natte heidegebieden, vochtige graslanden, oever- of broekbossen. Ze maken dan niet langer een web. Om te jagen, zit de gerande oeverspin op het wateroppervlak bij de oevervegetatie en kijkt uit naar insecten die in het water beland zijn er daar dan liggen te spartelen. Die trillingen registreert ze met haar pootuiteinden, eigenlijk zoals webwevende spinnen de trillingen in hun web opmerken. Ze loopt dan vlot over het water naar de prooi en grijpt die vast. De gerande oeverspin gebruikt het wateroppervlak dus eigenlijk als een web!
De gerande oeverspin kan over water lopen dankzij speciale waterafstotende haartjes.
Als Jezus over het waterDat "waterlopen" kan ze dankzij speciale waterafstotende haartjes, waardoor de oppervlaktespanning van het wateroppervlak haar drijvende houdt. De gerande oeverspin jaagt echter ook op diertjes die zich onder water bevinden, zoals kikkervisjes, kleine salamanders en kleine vissen. Daarmee is het één van de enige Belgische spinnen die regelmatig een gewervelde prooi vangt.
Ze moet dus kunnen duiken om zo'n waterdiertje te vangen, maar ook bij gevaar duikt ze bliksemsnel onder water. De waterafstotende haartjes over haar gehele lichaam, zorgen er dan voor dat er een luchtfilm rond de spin blijft hangen, waardoor ze ook onder water een tijdlang kan blijven ademen. Wanneer ze terug aan de oppervlakte komt, is de spin dan wonderlijk droog gebleven.
Zorgzame moederDe paring vindt doorgaans plaats in mei of juni. Vanaf eind juni legt het vrouwtje haar eieren in een ronde eicocon van ca. 1 cm diameter. Die kan tot wel 1000 eitjes bevatten en wordt door de spin de hele tijd meegedragen in haar monddelen en dus niet bevestigd achteraan het achterlijf zoals bij wolfspinnen. Als het vrouwtje voelt dat de eitjes gaan uitkomen, spint ze het zogenaamde kraamweb, waarin ze de eicocon ophangt. De jongen blijven nog een tijd samen in dit kraamweb, terwijl het vrouwtje aan de buitenzijde de wacht houdt en haar kroost vurig verdedigt tegen belagers. De ontwikkeling van jong tot volwassen dier, neemt een tweetal jaar in beslag. De spin overwintert in subvolwassen toestand en vervelt dan begin mei een laatste keer, waarna ze volwassen is.  
Gedurende het hele jaar zijn exemplaren van de gerande oeverspin aanwezig en minstens van maart tot oktober zijn ze waar te nemen, vooral de vrouwtjes. Vermoedelijk loopt de belangrijkste activiteitsperiode van de mannetjes van mei tot augustus. 
Grote oeverspinIn België leeft een tweede soort oeverspin, de grote oeverspin, die erg lijkt op de gerande oeverspin, maar vaak de lichte zijstrepen mist. Op sommige plaatsen worden beide soorten samen aangetroffen, maar de grote oeverspin verkiest eerder laagveenhabitats met grotere waterpartijen en is bovendien een stuk zeldzamer. Voor België zijn maar twee vindplaatsen bekend. Om de twee soorten met zekerheid van mekaar te kunnen onderscheiden, is stereomicroscopisch onderzoek van de geslachtsstructuren nodig.
Waarom is de gerande oeverspin verkozen tot Europese spin van het jaar?Niet alleen is de gerande oeverspin één van onze grootste inheemse spinnen en is ze daardoor goed op te merken door de mens, ze heeft daarnaast een interessante levenswijze: ze weeft in vroege stadia een web, wat ze dan later ‘verleert’, kan ‘Jezusgewijs’ over water lopen, zorgt erg goed voor haar jongen en vangt al duikend zelfs gewervelde dieren als prooi. De spin is uitzonderlijk goed aangepast aan haar waterrijke leefgebied, dat helaas hoe langer hoe meer onder druk staat. Bijzonder schadelijk zijn daarbij werken aan rivieroevers, het verwijderen van rietvelden en waterlelies, het uitdrogen van natte heide en de afnemende oppervlakte aan geschikte moerassige zones.
Met deze keuze van de Europese spin van het jaar, wil de 83-koppige jury van Europese spinnendeskundigen uit 26 landen niet alleen een ‘onpopulaire’ diergroep promoten, maar ook aandacht vragen voor een bedreigde habitat. Tegelijk hopen ze dat een breder publiek deze soort zal melden, zodat onderzoekers nieuwe gegevens ontvangen over de huidige verspreiding van de gerande oeverspin.
Ga dus gerust eens op zoek naar deze intrigerende soort en meldt eventuele waargenomen exemplaren door ze te fotograferen en in te voeren op de meldingssite van Natuurpunt: www.waarnemingen.be.
Meet mee!Omdat het verspreidingsgebied van de gerande oeverspin nog niet goed genoeg gekend is, wordt in de Meetnetten naar deze spin gezocht met behulp van een inhaalslag. Kansrijke gebieden werden geselecteerd op basis van het aanwezige habitat en moeten nu gecontroleerd worden. Zin om in 2020 op zoek te gaan naar de gerande oeverspin en het verspreidingsgebied mee in kaart te brengen, meld je dan aan op www.meetnetten.be voor project 'Gerande oeverspin' of stuur een mailtje naar sam.vandepoel@natuurpunt.be.
Voor meer info over de soort kan je terecht op de website van de Belgische spinnenwerkgroep ARABEL.
Oorspronkelijke tekst: Christoph Hörweg
Nederlandse vertaling en bewerking: Koen Van Keer

met dank aan Natuurpunt                                                                         Home

Gelukkig nieuwjaar! vanwege het Molenschip-Greenteam


zondag 29 september 2019

12 oktober : de nacht van de duisternis


Afbeeldingsresultaat voor nacht van de duisternis 2019


Op de Nacht van de Duisternis van 12 oktober 2019 doven verschillende gemeenten de verlichting voor een avond en kunnen inwoners even proeven van de rust en gezelligheid van een donkere nacht. Met Nacht van de Duisternis zetten Preventie Lichthinder en de Werkgroep Lichthinder (VVS) de impact van lichtvervuiling in de kijker. Want er wordt te veel en verkeerd verlicht.

Nachtverlichting hangt nauw samen met de graad van verstedelijking, en wetende dat België een van de meest verstedelijkte landen ter wereld is, gaan we daar samen actief iets aan doen!

Doof thuis de lichten en maak met buurtbewoners, vrienden en familie in plaats van een daguitstap, een nachtuitstap (kaarsjes en fakkels zijn toegestaan!). Stippel een leuke route uit, ga op stap en ontdek dat de wereld der duisternis veel verrassingen in petto heeft. Herken je de grote beer? Herken je andere sterrenbeelden? Kan jij vleermuizen, nachtvlinders of uilen spotten?

Wil je meer info over de nacht zelf en zeker over de leerrijke activiteiten die dan speciaal plaats vinden, kan je zeker terecht op o.a. deze 2 sites :




Afbeeldingsresultaat voor nacht van de duisternis 2019

4 Mythes over spinnen


Bert Van Der Krieken


Herfsttijd. Dat betekent dat de (grote) spinnen weer naar je woonkamer verhuizen of een feestje bouwen in je badkuip. Maar is dat wel zo? We halen vier grote mythes over spinnen onderuit, zoals de hamvraag "Hoe weer je spinnen uit je huis


Herfst = spinnentijd

De meeste spinnen zijn in de lente al volwassen. Wie er op let, ziet meer spinnen. Al zijn het in de lente kleinere soorten dan de grote spinnen die je nu ziet kruipen.


Als je één spin ziet, zit er nog een tweede.

Misschien weet je het liever niet, maar er zitten meer dan 2 spinnen in je huis. Ze wonen in de kleinste hoekjes, kieren en gaatjes. Dat je ze niet ziet, wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Twee keer per jaar zien we de grotere huisspinnen, omdat ze dan niet in hun web zitten. In de herfst gaan de mannetjes op zoek gaan naar een vrouwtje om te paren.


Spinnen kruipen uit het afvoerputje.

Wees gerust: er wonen geen spinnen in de afvoer van je bad. Wat doen ze dan wel in de badkuip? De mannetjes zijn nu actief en kunnen tijdens hun tocht in je bad schuiven. Daar geraken ze niet meer uit omdat de wanden te glad zijn. Wil je liever niet opgeschrikt worden door zo’n groot beest in je bad? Een handdoek of badmat die over de rand hangt, werkt prima als ontsnappingsroute.


Trucjes om spinnen uit je huis te weren.

Pepermuntolie, kruimels opruimen, goed poetsen of een kat in huis nemen ... de “tips” die op internet circuleren, hebben geen effect. Beter is het om vrede te sluiten met de kruipers en hun aanwezigheid te accepteren. Spinnen tonen aan dat je een gezond binnenklimaat hebt. Het zijn bovendien nuttige dieren die je van andere insecten verlossen, en zijn belangrijk voor het ecosysteem.


Meer weten of spinnen leren herkennen? Kijk op www.natuurpunt.be/spinnen of volg een cursus over deze kleine en grote kruipers.

maandag 4 februari 2019

Over snoeiafval en vlindereitjes

Daan Van Eenaeme
Op de gesnoeide takken is echter veel leven aanwezig. Overwinterende spinnen, wantsen, lieveheersbeestjes. Sommige dag- en nachtvlindersoorten overwinteren zelfs als zelfs kleine pop of als eitje tussen de knoppen of bladoksels van de waardplant. Hoe klein hun eitjes ook zijn, toch kunnen die vrij goed worden opgespoord. Voor een aantal soorten zijn de eitjes zelfs gemakkelijker te vinden dan de volwassen vlinders. Dat maakt eitjes zoeken dan ook erg interessant.
Dat is zeker het geval voor de Eikenpage en de zeldzamere Iepenpage. Beide dagvlindersoorten zetten hun eitjes graag af hoog in de bomen, een plek waar je als vlinderonderzoeker niet zo gemakkelijk komt. Gesnoeide takken bieden dan een uitgelezen kans om die takken te onderzoeken op de aanwezigheid van eitjes. In Vlaanderen kan je op gesnoeide takken van Zomereik, Sleedoorn of Ruwe Iep dan vrij gemakkelijk de aanwezigheid resp. Eikenpage, Sleedoornpage en Iepenpage vaststellen. In Wallonië kan een dergelijk takkenonderzoek ook eitjes van de Bruine eikenpage en de Pruimenpage opleveren. Maar ook eitjes van nachtvlinders (zoals de Plakker op Zomereik en de Blauwrandspanner en Meidoornuil op Sleedoorn) kunnen op snoeiafval met enige moeite worden ontdekt.
Zijn eitjes op snoeihout verloren?
Eitjes op gesnoeide takken worden meestal - samen met die takken - verhakseld of verbrand. Is dat niet het geval en blijven de takken intact, dan zullen de eitjes in het voorjaar uitkomen, op hetzelfde ogenblik als de eitjes op de niet gesnoeide takken. Maar rupsen die uitkomen op snoeihout hebben geen toegang tot vers ontluikende bladeren, zullen dus geen voedsel vinden en verhongeren. Mogen bomen hagen in de winter dan niet meer worden gesnoeid? Toch wel. Snoeien is een noodzaak om bomen en hagen levenskrachtig te houden en het beste moment voor een goede snoeibeurt blijft de winter. Om echter niet alle eitjes van een soort in één keer weg te snoeien (en daarmee het voortbestaan van een lokale populatie mogelijk in het gedrang te brengen) is gefaseerd snoeien een must: niet alle bomen ineens, niet de ganse houtkant maar slechts een deel ervan deze winter, een ander deel volgende winter. Zo kan hopelijk de helft van de eitjes toch ‘gewoon’ uitkomen en op hun beurt zorgen voor een nieuwe generatie.
En toch zijn eitjes op snoeihout nog niet helemaal verloren. Zeker wanneer er gemotiveerde vlinderkenners een reddingsactie op het getouw zetten. Takken met eitjes kunnen worden ingezameld en kunnen best aan een nog levende boom (uiteraard van de juiste soort) worden vastgebonden. Zo zullen de eitjes perfect op tijd uitkomen, kunnen de rupsen zich voeden met de ontluikende bladeren van hun ‘pleegboom’ kunnen ze hun levenscyclus voltooien.  
Samengebonden twijgjes
Samengebonden twijgjes: als het eitje van de sleedoornpage uitkomt, kan de rups overstappen op een levende tak (foto: Daan Van Eenaeme).

87 eitjes gered in Sint-Maria-Oudenhove
In Sint-Maria-Oudenhove onderzocht de dagvlinderwerkgroep van de Vlaamse Vereniging voor Entomologie (VVE)  recent alle takken van een gesnoeide strook Sleedoorn. In totaal werden 87 eitjes gevonden. Een mooie reddingsactie. De Sleedoornpage is in Vlaanderen immers een Rode Lijst-soort die elke hulp kan gebruiken.
Waar zoek je eitjes?
De eikenpage komt over het hele land voor en is een algemene soort: zelfs een alleenstaande eik kan volstaan als leefgebied voor deze vlinder. De sleedoornpage is wijdverbreid in de Leemstreek, maar ontbreekt op de zandgronden. Ook de iepenpage wordt vooral op zware bodems waargenomen, maar lijkt de laatste jaren uit te breiden.
Reddingsactie Sleedoornpage
Reddingsactie van sleedoornpage-eitjes (foto: Daan Van Eenaeme)
Wat kan je doen met de geredde eitjes?
Wanneer je echt geïnteresseerd bent in de andere stadia van de vlinder dan kan je natuurlijk proberen de eitjes tot volwassen vlinders te kweken. Op die manier kan je erg veel bijleren over de vraatpatronen van de rups, waar de rups gaat rusten op de plant en hoe de pop eruit ziet. Vanzelfsprekend laat je de vlinders los waar de eitjes vandaan kwamen. Als het habitat of de waardplanten natuurlijk volledig zijn verdwenen kan je ze beter vrijlaten bij de dichtstbijzijnde populatie.
Tekst en foto's: Daan Van Eenaeme

zaterdag 22 september 2018

Spinnentijd: 5 misverstanden over achtpotigen

In de herfst komen ze massaal naar binnen, ze kruipen in je mond terwijl je slaapt en ze verplaatsen zich via afvoerbuizen: spinnen vallen ten prooi aan de meest fantasierijke verhalen. Maar wat is er eigenlijk van aan?

Paul Wouters/Marianne Horemans

1/ Komen ze in de herfst binnen?

Spinnen zitten het hele jaar door in huis, maar tegen de intrede van de herfst zie je ze vaker en vaker opduiken. Dan worden de mannetjes van enkele grotere huisspinsoorten volwassen en verlaten ze hun web, op zoek naar een partner. In een huis dat gemiddeld onderhouden wordt, zouden op bepaalde piekmomenten vele honderden exemplaren leven. Spinnen zijn vaak piepklein, en verschuilen zich in valse plafonds, meubels of hoekjes. Vaak zijn ze ook vooral ‘s nachts actief.

Afbeeldingsresultaat voor spider attic

2/ Verplaatsen spinnen zich via afvoerbuizen?

Toch niet. De spinnen die je in bad aantreft, zijn er per ongeluk langs boven in gesukkeld. Omdat ze niet tegen de gladde wanden kunnen opklauteren, zitten ze er vast. Het gaat dan vooral om huisspinnen. Een aantal andere spinnensoorten, zoals renspinnen, zijn wel in staat om tegen gladde, verticale oppervlakken omhoog te lopen.

Afbeeldingsresultaat voor spider in the house

3/Is het waar dat we 's nachts spinnen inslikken?

Het is een hardnekkige legende, maar geen enkel wetenschappelijk onderzoek heeft het ooit bevestigd en het is hoogst onwaarschijnlijk. Ook vanuit het standpunt van de spin zou het geen goed idee zijn. Doordat een spin koudbloedig is, voelt over een mens lopen voor haar aan alsof ze op een heet oppervlak zit. Er is een groot temperatuursverschil tussen kamertemperatuur (ca 20°C) en de mensenhuid (ca 36 °C). Via aanraking proeft ze ons en via de zintuighaartjes op haar poten neemt ze de trillingen en luchtverplaatsingen waar die mensen veroorzaken. De kans is erg klein dat een spin het risico neemt om zo’n totaal verschillende omgeving van degene waarin hij gewend is om te leven, te gaan betreden.

Afbeeldingsresultaat voor spider flames

4/ Zijn ze dit jaar groter dan anders?

“Zijn de huisspinnen groter geworden?” Die vraag heb je je wellicht ook al gesteld wanneer je een joekel van een huisspin achter je kast of onder je bed tegen kwam. Ook in de media gonst het al een poosje dat de huisspinnen dit jaar opvallend groter zijn dan de voorbije jaren. Vooral in stedelijke omgevingen zouden ze spontaan een fikse groeiboost hebben gekregen. Maar niets is wat het lijkt. De verklaring ligt namelijk in het succes van de grote zus onder de huisspinsoorten: de grote huisspin. De perceptie dat de huisspinnen groter zijn berust op het feit dat onze grootste huisspinsoort, de grote huisspin, vaker wordt waargenomen dan de andere, kleinere huisspinsoorten. Aangezien de grote huisspin de voorkeur geeft aan warmere omgevingen, hoeft dan ook niet te verbazen dat de uit de kluiten gewassen huisspinsoort het extra goed doet in steden, die doorgaans warmer zijn dan landelijke omgevingen. De mannetjes van de grote huisspin zijn echte kleppers. Ze beschikken over enorme poten die tot zeven centimeter lang kunnen worden, wat een behoorlijk indrukwekkend zicht kan opleveren.

Afbeeldingsresultaat voor spider small                Afbeeldingsresultaat voor biggest spider in the world

5/ Zijn spinnen gevaarlijk?

Wereldwijd zijn er meer dan 47.000 soorten bekend. In ons land kan je zo'n 700 soorten in het wild aantreffen. Op twee soorten na zijn ze allemaal giftig. Maar, geen paniek: het gif van onze Belgische spinnen is enkel geschikt om kleine prooien te verlammen en zal dus hoogstens een klein rood stipje kunnen veroorzaken. De meeste spinnensoorten in België zijn niet in staat om door de huid te bijten als ze dat al zouden willen, en de rest zal enkel bijten als ze zich bedreigd voelen. De vrees voor spinnen is dus nogal ongegrond. Bovendien staan ze aan onze kant, al is het maar door in huis insecten te verorberen die mensen schade kunnen berokkenen. Het beste is er gewoon mee samen te leven en ze zeker niet te doden. Wil je ze toch liever het huis uit? Zet er dan voorzichtig een glas overheen en transporteer ze naar buiten.
Afbeeldingsresultaat voor spider eating mosquito

Tekst: Koen Van Keer, Arabel (natuurpunt.be)


Afbeeldingsresultaat voor sweet spider

zaterdag 15 september 2018

Het nieuwe Greenteam is er klaar voor !

Deze leerlingen,vol van energie en liefde voor de natuur, staan te popelen om zich af en toe eens vrijwillig in te spannen voor onze Moeder Aarde! Dikke duim ... het Molenschip is trots op jullie talrijke opkomst !

eerste leerjaar :
Gasalak, Kürsat, Mouhammed, Lukas,Jaden, Kjento, Mustafa Kerem, Elena, Firdaus, Jayden, Kylian, Evert, Dorian en Sandro

tweede leerjaar :
Zyan, Zehra, Iluna, Iliano, Gülcin, Veysel, Sheldon, Rania, Hira nur, Zina en Wafaa 

derde leerjaar :
Fadime, Jolan, Kemal, Simon, Destan, Tabitha, Antoine en Atmari

vierde leerjaar : 
Rhode, Anita, Medine, Aylin, Azra, Tiago en Igor

De leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar hebben het dit schooljaar al zo druk met andere projecten dat wij ze zeker niet extra willen belasten. Iedereen weet dat er zeker "kadetjes" tussen zitten met een groen hart en handige handen en ze zijn natuurlijk altijd van harte welkom bij een activiteit.








vrijdag 27 juli 2018

Zo vermijd je dat dieren met dorst verdrinken

Rollin Verlinde
Zoogdieren, vogels, insecten en zelfs amfibieën trekken in een kurkdroge periode op zoek naar water. Maar dat loopt soms verkeerd af: egels verdrinken in vijvers met te steile oevers, steenuilen in veedrinkbakken en zelfs kikkers leggen het loodje in zwembaden. Dit kan je doen om drama's te vermijden.
Waterpartijen met te steile wanden
De meeste dieren halen een groot deel van het vocht dat ze nodig hebben uit hun voedsel zoals slakken, regenwormen, insecten, bessen of zaden, planten of nectar. Dat vocht wordt aangevuld met een slokje uit een plas of druppels ochtenddauw. Maar slakken en andere vochtrijke prooien hebben zich de voorbije weken in de vegetatie of onder houtstapels verscholen, heel wat plassen zijn opgedroogd en dauw is er nauwelijks. Bovendien valt er een stevige achteruitgang van het aantal veedrinkpoelen op te tekenen in de afgelopen eeuw: 50-90% in Europa (Oertli 2005). 
In hun zoektocht naar water kunnen dieren in de verleiding komen om uit een zwembad of vijver te drinken. Maar wanneer die voorzien zijn van steile wanden, bestaat het risico dat ze in hun dorstige bui in het water belanden en is het quasi onmogelijk om opnieuw aan land te geraken en sterven ze een verdrinkingsdood.
Ook vogels kunnen verdrinken in vijvers, veedrinkbakken of andere waterpartijen met steile wanden. Ze belanden tijdens hun zoektocht naar een bad of om hun dorst te lessen in het water. De combinatie van natte vleugels en steile wanden zorgt er vaak voor dat ze niet meer uit hun ‘badplaats’ geraken en verdrinken. Door zelf drinkwater voor wilde dieren of uitstapmogelijkheden te voorzien, kunnen we verdrinkingsslachtoffers helpen voorkomen.
Voor deze Grauwe klauwier die terecht kwam in een badkuip die dienst doet als veedrinkbak in Schulen, kwam elke hulp jammer genoeg te laat. (foto: Kristien Hustinx)
Drinkwater voorzien
Zet in droge, warme periodes een ondiepe drinkschaal met een lage rand in de tuin. Zo wordt de kans kleiner dat dieren in de verleiding komen om van een potentieel gevaarlijke waterbron te drinken. Ververs het water regelmatig: in stilstaand water kunnen bacteriën zich immers snel ontwikkelen en ook die kunnen gevaarlijk zijn voor de gezondheid van drinkende dieren. Vogels houden ervan een bad te nemen om stof en parasieten uit hun verenkleed te spoelen. Zorg er dan ook voor dat de schaal groot genoeg is en plaats ze bij voorkeur op een verhoogde plaats zodat katten er niet bij kunnen. Kleine zoogdieren voorzie je dan weer best van een drinkplaats op de grond in de buurt van wat struiken.
Vijvers
Nog beter is een (al dan niet aangelegde) vijver of poel met zachtglooiende oevers. Heb je reeds een vijver in de tuin, maar heeft ze steile (of gladde plastieken) wanden? Voorzie dan  uitstapmogelijkheden: een loopplankje of een ruw materiaal (bv. fijnmazig raster) tegen de rand waarlangs dieren de waterpartij gemakkelijk kunnen verlaten. Breng je een loopplank aan, zorg er dan voor dat die niet dwars op de oever staat, maar evenwijdig met de oever (zoals een trap tegen een muur). De dieren zwemmen langs de steile oever heen en weer op zoek naar een uitstapplaats en zouden anders onder de loopplank doorzwemmen. Ook met een aantal ruwe (lage) bakstenen of keien kan je een trapje in de vijver maken.
Egeltrap (foto: Liesbeth Hemelrijk)
Zwembaden
Het typische zwembad heeft geen glooiende oevers en daar is ook moeilijk verandering in te brengen. Toch zijn er oplossingen mogelijk om de dieren die erin sukkelen te redden van de verdrinkingsdood. Voor amfibieën werd bijvoorbeeld de FrogLog en de kikkertrap ontwikkeld. Natuurpunt raadt echter aan om materiaal aan te brengen dat niet alleen voor amfibieën, maar ook voor zoogdieren beklimbaar is zoals een strook Enkamat(R) of een gesloten uitstapbrugje zoals de Skamper Pet Pool Ramp. Indien mogelijk, sluit je je zwembad best af met een zeil wanneer het niet gebruikt wordt. Zo voorkom je ook in andere seizoenen verdrinkingsslachtoffers.
Veedrinkbakken
Vogels (zoals kerkuilen, steenuilen en klauwieren) worden wel eens dood aangetroffen in veedrinkbakken. De Nederlandse steenuilwerkgroep STONE ontwikkelde daarom een steenuilvriendelijke veedrinkbak: deze grote ‘slazwierder’ zorgt ervoor dat steenuilen weer uit het water kunnen klimmen. Maar ook een bestaande veedrinkbak (zoals de traditionele afgedankte  badkuipen) kunnen worden aangepast om verdrinkingsslachtoffers te voorkomen: maak een trapje van stenen of keien in de bak of bevestig een opklimbaar materiaal zoals Enkamat(R) of een ander fijnmazig en roestbestendig rooster.
Knikkers voor bijen
Ook bestuivers zoals bijen, vlinders en andere insecten, snakken tijdens een droge periode naar water. Omdat zij al verdrinken in een eenvoudig schaaltje water, kun je hen helpen door een schaaltje te vullen met knikkers of keitjes en water. De steentjes of knikkers geven de bij een plek om te landen van waar ze veilig kunnen drinken.
Dier in nood gevonden?
Vind je toch een dier dat verzwakt is door uitdroging of bijna aan uitputting bezweken was in een waterpartij? Breng het dan zo snel mogelijk naar een opvangcentrum voor wilde dieren.
Tekst: Diemer Vercayie & Griet Nijs, Natuurpunt Studie
Foto’s: Rollin Verlinde, Kristien Hustinx, Liesbeth Hemelrijk

het vlinder-telweekend komt er aan !


Hoe werkt Het Grote Vlinderweekend?

bron : www.natuurpunt.be
Tel mee met Het Grote Vlinderweekend 2018
Tel op 28 en 29 juli 2018 de vlinders in je tuin en geef de aantallen door aan Natuurpunt.

Stap 1. Leer vlinders herkennen

Kan jij een atalanta van een oranje zandoogje onderscheiden? Om je te helpen de vlinders in je tuin te herkennen, zijn er verschillende hulpmiddeltjes: 
Heb je een soort niet gevonden? Stuur je foto en je vraag door naar onze vlinderexpert

Stap 2. Tel de vlinders in je tuin

Hoe moet je vlinders tellen tijdens het vlinderweekend?
  • Loop tijdens het telweekend minstens een kwartiertje door de tuin en noteer alle vlinders. 
  • Zet een streepje voor elke vlinder van elke soort die je ziet, maar let op dat je dezelfde vlinder niet dubbel telt. Om de vlinders te noteren kan je de folder of het telformulier gebruiken.
  • Kies een zonnig moment, want dan vliegen de meeste vlinders in je tuin.
  • Tel je de volgende dag weer, dan geef je een nieuwe telling door.
  • Ook als je geen enkele vlinder ziet, is het belangrijk om het te melden.

Stap 3. Geef je telling door

Vanaf zaterdag 28/07/18 tem zondag 29/07/18 kan je je telling hier doorgeven. Zo help je om de gegevens sneller te verwerken. En je spaart papier.

GEEF HIER JE RESULTATEN DOOR

Ook als je geen enkele vlinder ziet, is het belangrijk om het te melden.

Met steun van

logo vlinderweekend 2018

Overleeft merel nog een uitbraak van het usutuvirus?

Kevin Feytons

In 2016 werden 15% minder merels geteld na de uitbraak van het usutuvirus, vorig jaar verloren we zelfs meer dan de helft van de lijsterachtigen. Dat blijkt uit monitoring door Natuurpunt. Maar er lijkt nog meer onheil op komst: de afgelopen dagen kwamen er opnieuw verschillende meldingen binnen van zieke merels. Natuurpunt en Vogelbescherming Vlaanderen roepen op om slachtoffers te melden via waarnemingen.be en zieke dieren binnen te brengen in een van de vogelopvangcentra om verdere verspreiding af te remmen. Het virus verspreidt zich via muggen en is niet te genezen.
Enkele vogelopvangcentra kregen de afgelopen dagen slachtoffers binnen. En ook elders worden veel verzwakte dieren gezien. Het gaat net als bij vorige uitbraken vooral om merels. Officieel vastgesteld is het nog niet, maar het lijkt erop dat we voor het derde jaar op rij te maken krijgen met een usutu-uitbraak. De uitbraak komt zo’n 10 dagen vroeger dan vorig jaar.
Het usutuvirus is een arbovirus en alleen steekmuggen kunnen het verspreiden. In 1959 werd het ontdekt in Afrika. De eerste Europese uitbraak vond plaats in Oostenrijk in 2001. Daarna verspreidde het zich snel en waren er uitbraken in onder meer Spanje, Italië, Kroatië, Hongarije, Oostenrijk, Zwitserland, Tsjechië, Duitsland, België en Nederland.
In 2016 sloeg het virus vooral toe in de provincies Limburg en Antwerpen. In 2017 breidde het zich verder uit naar Oost-Vlaanderen en de oostelijke rand van West-Vlaanderen. Gevreesd wordt dat deze derde uitbraak heel Vlaanderen zal treffen.
Merels zijn hypergevoelig voor het virus, maar ook andere soorten, zoals huismussen en uilen leggen hier en daar het loodje. In Duitsland werden 87 vogelsoorten uit 14 families als usutuslachtoffer geregistreerd. In 2013 stierven in Duitsland ook 2 gewone dwergvleermuizen aan het virus. Vorig jaar werden in België ook enkele gierzwaluwen geregistreerd als slachtoffer.

Rake klappen voor de merel
Natuurpunt analyseerde de impact van het virus. Tijdens de eerste, vrij beperkte usutu-uitbraak in 2016, die zich voltrok in de oostelijke helft van Vlaanderen, zakte de meldingsfrequentie van merels in augustus-september 2016 met 15%, in de lente van 2017 (na aankomst van noordelijke merels) bleef hun aantal 10% onder de normale waarde. In juli-augustus 2017 volgde een crash van meer dan de helft van de broedpopulatie. Dit keer over een groot deel van Vlaanderen. In het najaar van 2017 zagen we met de aankomst van noordelijke merels opnieuw een herstel, maar in de lente van 2018 viel de meldingsfrequentie terug tot nog eens 10% onder die van 2017.  
 
Wat deze derde uitbraak zal betekenen, is nog niet duidelijk. Maar de vooruitzichten zijn slecht: het muggenseizoen kan nog lang aanhouden en hun aantal kan flink toenemen wanneer de regen zich aanbiedt. In juli-augustus kondigt zich bovendien de rui aan, dan vervangen merels een groot deel van hun verenpak. Dat vraagt veel energie en een goede gezondheid. De merelhuid is op dat moment veel gemakkelijker bereikbaar voor steekmuggen, wat de verspreiding van het virus mogelijk versnelt.
De steekmug draagt de ziekte over en het slachtoffer dient als een soort ‘versterker’. Het usutu-virus verspreidt zich gemakkelijker in een stedelijke omgeving en tast daarom vooral echte stadsvogels (zoals de merel) aan. Muggen die een drager van het virus steken, zorgen voor de verdere verspreiding.
Hoe herken je een vogel met usutu?
  • verzwakte of lusteloze indruk
  • verkramping
  • plotselinge sterfte
  • coördinatieproblemen
  • bol zitten
  • vermagering

Let steeds op een combinatie van deze factoren. Een gezonde, ruiende merel ziet er rommelig uit en merels die een stofbad nemen (met gespreide vleugels en geopende snavel op de grond liggen) kunnen voor verwarring zorgen.
Wat te doen?
Waarnemers of wandelaars die duidelijk verzwakte vogels aantreffen reageren best snel. Hoewel slechts een deel van de slachtoffers gevonden wordt, kan het verwijderen van zieke, maar nog levende usutumerels de verspreiding helpen vertragen. Neem vermoedelijke slachtoffers op met een handschoen en stop ze in een goed verluchte kartonnen doos. Bezorg de slachtoffers zo snel mogelijk aan een van de erkende vogelopvangcentra en maak melding dat je vermoedt dat het om het usutu-virus gaat. Ontsmet eventuele wondjes op de handen en was je handen grondig na het vastnemen van een vogel.
In besmette gebieden in Italië bleek 6% van de onderzochte mensen antistoffen te hebben aangemaakt. Mensen kunnen het virus dus wel oplopen, maar worden er zelf niet ziek van. Bij het aanraken van wilde dieren is het hoe dan ook beter om voorzichtigheid aan de dag te leggen.
Je kan er ook voor zorgen dat steekmuggen zich minder massaal kunnen voortplanten rond de bewoning. In drogere jaren en warmere periodes zoals nu, blijft er vooral in kunstmatige (ondoordringbare) voorwerpen lang genoeg water staan voor de voortplanting van muggen (zoals emmers, vaten, tonnen en autobanden). Door die voorwerpen af te dekken, of leeg te kieperen verhinder je de voortplanting van muggen en kan je je steentje bijdragen in het tegengaan van de verdere verspreiding van het virus.
Breng mee de slachtoffers in kaartWe willen opvolgen waar de meeste slachtoffers vallen en hoe snel het virus zich verspreidt. Om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, roept Natuurpunt waarnemers of vinders van slachtoffers op om hun vaststellingen (na een eenvoudige registratie) in te voeren op www.waarnemingen.be. Voer de exacte locatie in en kies in het venster ‘Gedrag’ voor ‘ziek/gewond’ of ‘vondst (dood)’ en gebruik het vak ‘Opmerkingen’ om duidelijk te maken dat het vermoedelijk/mogelijk om het usutu-virus gaat. Voeg hier eventueel een omschrijving van de waargenomen symptomen toe.
bron : www.natuurpunt.be
Tekst: Gerald Driessens, Natuurpunt Studie & Frederik Thoelen, Vogelbescherming Vlaanderen
Foto: Kevin Feytons